
De huidige indiaanse bewoners (indigena’s) van het hoogland stammen af van de Maya-cultuur die daar omstreeks 800 voor Christus ontstond. Aan deze eeuwenoude, hoogstaande cultuur kwam een einde door de kolonisatie van de Spanjaarden. Na ruim drie eeuwen Spaanse overheersing die in 1821 eindigde, werd Guatemala in 1839 een zelfstandige republiek. Daarna volgde een periode van dictatuur totdat de “Oktober-revolutie” in 1944 hier een einde aan maakte. In 1945 trad de eerste democratisch gekozen president Juan José Arévalo aan. De centrumlinkse regering van zijn opvolger Jacobo Arbenz Guzmán trachtte de grootgrondbezitters te onteigenen, maar in 1954 werd hij door een staatsgreep afgezet, met hulp van de CIA. Een lange periode van militaire junta’s volgde. De guerrillagroeperingen die hiertegen in verzet gingen werden met grof geweld bestreden. Tijdens de Burgeroorlog die voortduurde van 1960 tot 1996, werden talrijke indiaanse dorpen met de grond gelijk gemaakt en systematisch uitgemoord. Naar schatting zijn er in die periode ruim 200.000 slachtoffers gevallen.
In 1996 werd een veelbelovend Vredesakkoord getekend door president Álvaro Arzú Irigoyen. De VN en een aantal donorlanden ondersteunen de uitvoering van deze akkoorden. In 2003 werd Oscar Berger president en inmiddels zijn in november 2007 weer verkiezingen geweest en is Alvaro Colon president geworden.
[Vorige - Volgende]





