Onderwijs
Guatemala kent een scherpe maatschappelijke tweedeling tussen de van de Spanjaarden afstammende ladino’s die doorgaans beter opgeleid en beter gesitueerd zijn, en de inheemsen. Voor inheemsen is onderwijs vaak een onbereikbare luxe. De inheemsen tussen de 15 en 31 jaar hebben gemiddeld slechts 3,5 jaar onderwijs achter de rug, terwijl dat voor de ladinos bijna het dubbele is. Inheemse vrouwen liggen nog verder achterop. Van de inheemse bevolking tussen de 15 en 64 jaar kon in het jaar 2000 slechts iets meer dan de helft lezen en schrijven in het Spaans (ladino’s: 82 procent). Hoewel onderzoek heeft aangetoond dat tweetalig onderwijs kosteneffectief is, blijft dit een luxe.
Een voor de hand liggende link met het gebrekkige onderwijs is de kinderarbeid. In Guatemala is het ‘normaal’ dat kinderen werken, althans wanneer zij indigena’s zijn. Op het platteland komt het werken meestal volledig in de plaats van naar school gaan, en bovendien worden kinderen daar doorgaans niet betaald voor hun werk. In het geval van families van kleine boeren worden de volle werkdagen van de kinderen beschouwd als ‘meehelpen’. Maar ook de kinderen die wel naar school gaan werken er meestal bij, ook in de stad. Het totaalbedrag dat door werkende kinderen wordt verdiend, is grotere dan het complete budget van het ministerie van Onderwijs.
[Vorige]





